HomeVakantieWandelenGettjärnsklätten

Gettjärnsklätten

Het natuurreservaat Gettjärnsklätten ligt aan de oostkant van het meer Rottnen. De top van de berg, waarnaar het reservaat genoemd is, ligt 200 meter boven het meer Rottnen. De wandeling naar de top is ongeveer een kilometer. Dat lijkt niet veel maar gedurende die kilometer klim je 200 meter waardoor de wandeling behoorlijk pittig is. Het eerste stuk is een oude bosweg waarover vroeger met paard en wagen hout vervoerd werd. Daarna wordt het pad smaller, steiler en liggen er meer rotsen. Gelukkig staat er op de top een bankje zodat je even kunt bijkomen en genieten van het uitzicht.

De wandeling naar de top van Gettjärnsklätten

Gettjärnsklättten ligt in de Sunne kommun ongeveer 15 kilometer ten noordwesten van Sunne. Je vindt de parkeerplaats aan de oostkant van het meer Rottnen als je van Sunne naar Gräsmark rijdt. De parkeerplaats is aangegeven met het bord Naturreservat Gettjärnsklätten. Bij de parkeerplaats is er een toilet en kun je langs de oever van het meer wandelen. De wandeling naar de top start aan de overkant van de weg.

Uitzicht vanaf Gettjärnsklätten

De steen in het meer Rotten of de sage over Gyda door Selma Lagerlöf.

De eerste keer dat ik hoorde praten over Gyda zat ik op school en was ongeveer 10 jaar. Het was onze leraar P.A. Edgren die een reuzin beschreef die die vreemde naam had. Ze zou hele grote geiten hebben en in de berg Klätten wonen. Meer kan ik me niet herinneren.  Als ik van school naar huis liep, bezocht ik vaak de boerenknecht Per Getberg en zijn kleinzoon Georg, met wie ik veel speelde. Per’s vrouw Anna gaf me een beschrijving van Gyda.

Het verhaal dat Anna Getberg vertelde:

Het verhaal gaat dat er een reuzin leefde bij het Rottnenmeer op de Gettjärnsklätten zelf. Haar naam was Gyda of Gö. Ze had een heleboel geiten. Het waren grote geiten, groter dan paarden en veel zwaarder. Je kon niet zien dat er een deur in de berg was, als Gyda met de geiten kwam, sloeg ze met haar grote stok op de berg en was de deuropening verdwenen.

In het begin mochten de geiten grazen aan de noordkant van de berg. Er was daar meer gras. Gyda melkte de geiten in de berg en goot de melk dan in een meer beneden. Na een tijdje kwam de room bovendrijven. Gyda brak een spar af en klopte daarmee de room zodat het sneeuw werd. Ook maakte ze kaas. 

’s Avonds, als zij de geiten riep, schreeuwde zij zodat zij tot ver in de omtrek te horen was. De reus aan de overkant van het meer, in Stenserud, werd kwaad en schreeuwde dat Gyda haar mond moest houden.
Ze schreeuwde, “Hou jij je mond.”
“Ik vermoord je,” schreeuwde hij en pakte een steen en gooide die naar haar.
Maar die steen viel in het midden van het meer. Nu was Gyda boos en zou de reus met gelijke munt terugbetalen. Ze gooide een grote steen en die vloog over het meer, tot aan de oever van het meer bij Stenserud.

“Ik ben er geweest en heb hem gezien. Hij is erg groot”.

Nu begon de reus te denken hoe hij een grote steen kon werpen, die Gyda zou raken. Hij zocht een geschikte steen en tekende er een afbeelding van Gyda op. Zo zou de steen gevaarlijk voor haar zijn. Hij nam een lange aanloop en gooide de steen weg. De steen vloog eerst hoog in de lucht en het zag er naar uit dat hij de berg zou bereiken. Maar toen viel hij recht naar beneden en lag aan de rand van het water.

Gewoonlijk stroomt het water over de steen, maar in bijzonder droge zomers kan het water in het Rottnenmeer zo laag komen te staan dat de steen zichtbaar wordt. Dan verdorren de oogsten en de bronnen drogen op. Gebeurde dit meer dan eens dan werd het een jaar van nood. Anna kon zich zo’n zomer niet herinneren.

De tijd verstreek en zowel Gyda als de reus in Stenserud verdwenen. Waar ze heen zijn gegaan wist niemand. Aan de noordkant van de berg zijn de sporen van de geitenhoeven zijn nog steeds zichtbaar als je het mos weg schraapt.

Meest gelezen

X